geselecteerd als gefixeerd bericht

Volkomen onterechte winnaar Best Weblog Award 2005

14 November 2006
By on 22:22
Auf Wiedersehen!!

Met blijdschap geeft De Steenen Augurk kennis van het feit dat hij per direct, maar dan ook ogenblikkelijk oprot bij web-log.nl, aangezien dit web te log is geworden. Maf word je ervan. Dus heeft DSA zijn toevlucht genomen tot een ander logje, namelijk:

DESTEENENAUGURK.PUNT.NL

Dus, kinderen, mocht U meer willen augurken dan kan dat daaro. DSA houdt het hier voor gezien en dankt een ieder die hem op allerlei wijzen heeft bijgestaan, etc., blablabla…….

18 October 2006
By on 18:17

Beste De Steenen AugurkHet viel me op dat je sinds de verhuizing van Web-log.nl niet actief meer met je desteenenaugurk.web-log bezig bent, terwijl je een tijd geleden nog volop blogde.Ik kan me met de zomermaanden en de vakantie voor de deur bijna niet voorstellen dat je niets meer te vertellen hebt op je weblog ;) en vraag me dus af waarom we je niet meer online zien. Ben je druk, heb je een writers block of vind je het moeilijk? Ik geef niet zomaar op en wil je het liefst vandaag nog aan het bloggen krijgen:Op Weblog Help vind je uitleg over de nieuwe mogelijkheden en antwoord op je vragen. Via de Weblog Top50 en Bloggel krijg je genoeg ideeën en inspiratie. Houd Over.weblog in de gaten voor nieuws, tips en discussie.Kom maar op met je verhalen! Zeker weten dat je weer enthousiast wordt.Groet, Joris, Kim en Michielweblog teamNeen, Joris, Kim en Michiel….. De Steenen heeft het bijltje erbij neergegooid omdat jullie er een grote teringzooi van gemaakt hebben. Ik kan het eigenlijk niet beter verwoorden dan Rimshot (hier moet een link naar Rimshot/De Last Van De Uitverkorene komen, maar ik heb geen zin om uit te zoeken hoe dat moet, ik wil graag voor het donker thuis zijn) en krijg inderdaad een writer’s block als ik alleen al probeer in te loggen in web-log punt nl.Ik trek mij terug in mijn eigen Discontent Center en kruip er pas weer uit als jullie ALLES hebben teruggezet in de oorspronkelijke staat, OF als iemand anders een andere, simpeler te bewerken weblog’thuis’ weet te vinden. Ik ga er niet naar zoeken, Joris, Kim en Michiel hebben me murw gebeukt.Aan een ieder die mij middels de weblog heeft vermaakt op welke manier dan ook (ik ga jullie niet allemaal noemen, jullie weten wie jullie zijn!), bedankt.If I don’t meet you in this world – I’ll meet you on the next one and don’t be late.(Potdomme, mooie tekst wel?)

6 October 2006
By on 06:05
Cool (2)

Onkt en Tuft zetten het op een draf om de langzaam in de mist verdwijnende kopgroep bij te benen, maar de straffe tegenwind en de kniehoge sneeuw beletten dit. Wild zwaaiend met hun armen en uit alle macht roepend probeerden ze de anderen te verwittigen dat zij op een forse achterstand volgden.

Hemming Knutsfrøkkelsen en de anderen hadden geen weet van de twee achterblijvers en concentreerden zich op de weg vóór hen die allengs vager en witter leek. Hemming keek op zijn kompas en wist dat zij nog een minuut of twintig van het punt van bestemming verwijderd waren. Alhoewel met dit weer de reistijd wel eens verdubbeld zou kunnen worden. Turend door zijn sneeuwbril die hij regelmatig moest vrijwaren van dikke bonken sneeuw en ijs probeerde hij Seinpaal 18a te ontwaren, maar hij zag niets anders dan één grote witte horizon. Onkt en Tuft strompelden zo hard zij konden, maar begonnen langzaam te beseffen dat ze de strijd tegen de elementen aan het verliezen waren.

Yfnøk Geilssøn kreeg ineens een onbedwingbaar verlangen naar een Breezer Annunas en ze liet zich ruggelings in de sneeuw vallen zodat ze met haar bevallige reet in een comfortabele zitstand terecht kwam. In de snijdende koude trok ze haar handschoenen uit en prutste haar rugzak open om daar tussen de/het overige proviand de vermaledijde lekkernij te vissen. Haar vingers vroren bijna direct vast aan het ijs- en ijskoude flesje, wat zij met moeite open kreeg. Zij zette haar lippen eraan, maar ook deze vroren direct vast aan de flesopening. De inhoud was inmiddels ook al bevroren, en binnen 1 poep + 1 scheet was Yfnøk verworden tot een menselijk standbeeld gevangen in ijs en sneeuw.

Onverdroten en nog immer onbewust van hetgeen er zich achter hem afspeelde beende Hemming als een brandende koalabeer in een teil rumbonen voort, op weg naar het einddoel. Slechts een viertal onderzoekers volgde hem nog in dit barre landschap, waar de wind immer in kracht toenam en de vlokken sneeuw alsmaar groter werden. Onder hen was de Schot Cock MacSmegmus, van het type ruwe bolster dikke lul, de ex-zeeman Hønter Brøklølløpøllø die nu ook veel liever met een vat whisk(e)y aan de lippen in een bak ranzige kippenlevers zat dan hier op de Noordpool, de massamoordenaar Røft Van Tønningøn die op last van zijn accountants bekeerd was tot de Hare Krishnabeweging en per abuis zijn schedeldak van al zijn huid had ontdaan in een poging er bij te horen en ten slotte de allround entertainer annex medisch specialist Køt Schilperørt die niet alleen zeer bedreven was in botbreuken, maar ook diverse typetjes neer kon zetten, waaronder Joseph Goebbels, Martin Luther King, Bill Gates, een krop andijvie, een bebouwde kom, een brandende tros druiven, een amoebe en last but not least een bijna perfecte imitatie van een blik lauwwarme bitumen.

De vijf kropen nu bijna door de onmenselijke omstandigheden op hun bijna letterlijke tandvlees. Hønter Brøklølløpøllø had het nu wel zo’n beetje gehad met deze flauwekul. Bijna veertig jaar had hij alle zeeën en oceanen bevaren, had hij in de buurt van Java bijna zijn scalp verloren aan zeepiraten, was hij rond Groenland bijna ten onder gegaan aan scheurnek, bijna verzopen in de buurt van Urk, gekielhaald in de buurt van Reykjavik, gebombardeerd bij de kust van Israël, vergiftigd in Casablanca en gestenigd in Bermuda. Hij was aan het prille begin van zijn carrière zelfs bijna geplet door een vallende koelkast toen hij aanmeerde op de SS Connie Breukhoven onder leiding van Kapitein Haakschaarmespunt, die hem de fijne kneepjes van het leven op een schip had bijgebracht, en tevens die van het quilten. Al deze herinneringen schoten hem door het hoofd, toen een enorme drang op de blaas hem noopte zich van de groep af te wenden en zijn in zijn schulp gekropen orgaan met de grootste moeite uit zijn wollen onderbroek te vissen om eens even lekker buitengaats te gaan. De pisstraal bevroor acuut en ook Hønter werd, blootgesteld aan de elementen, op een nogal nare manier bevangen door de koude en stierf staande ter plekke, hetgeen een waarlijk imposant standbeeld opleverde.

Cock MacSmegmus die, eigenwijs als hij was, zich niets aan had getrokken van de waarschuwingen van teamleider Hemming en gekleed in een kilt de reis had aangevangen, kreeg nu toch wel tamelijk ernstige ijsvorming op zijn scrotum en zelfs de provisorisch aan zijn leuter opgehangen straalkachel hield er nu mee op. De ijsafzetting op zijn zak verdrievoudigde binnen één enkele minuut en hij bezweek aan de gevolgen van ijskloot, een zeldzame edoch weinig voorkomende doodsoorzaak, voornamelijk voorkomend onder Schotse Poolonderzoekers.

Hemming, Røft en Køt, die de andere vijf nog steeds achter zich waanden, kropen nu achter elkaar over de knerpende sneeuw door de striemende wind. Hemming richtte zijn vermoeide en bijna bevroren rechterarm op en wees op een zwart gevaarte wat in de verte opdook. Met hese, vermoeide en voor de anderen onhoorbare, onvaste stem stamelde hij:

Daar…..seinpaal………..18………..A……………….

Røft wist dat zijn einde naderde en hij had zich altijd voorgenomen om, wanneer hij dreigde het loodje te leggen, al moordend de pijp uit te gaan. Met de grootste moeite gespte hij zijn rugzak af en gooide de inhoud ervan op het maagdelijke sneeuwvlak uit. Met zijn laatste krachten pakte hij het bevroren flesje Breezer Annunas en greep deze ferm vast aan de slanke hals en hakte onophoudelijk zo hard hij kon op het hoofd van de stomverbaasde Køt, die hem met gebroken ogen aanstaarde en met een behoorlijke koppijn het tijdelijke voor het eeuwige verwisselde. Wat een manier om aan je einde te komen. Uitgeput door deze inspanningen viel Røft met zijn gezicht in de rood geworden sneeuw en hield op met roken.

Hemming sprak zijn allerlaatste krachten aan en kroop naar het zwarte gevaarte vóór hem. Hij wist dat hij Seinpaal 18A moest bereiken, al was het maar om voor zichzelf te bewijzen dat hij uit het goede hout gesneden was. Centimeter voor centimeter kroop hij voort, gegeseld door sneeuw, ijs en wind. Hijgend en rochelend was hij op enkele meters genaderd van wat hij dacht dat Seinpaal 18A was. Hoe dichterbij hij kwam, hoe meer hij er echter van overtuigd raakte dat het geen seinpaal was wat hij zag. Het was toch niet…?

Vóór hem stond een Brabantse jongeman, tamelijk moderne zonnebril, kortgeschoren baardje, Albert Heijnjasje, nonchalant aan een peuk trekkend, geleund tegen een fiets. Hemming kon nog net stamelen:

Hoe……….wat…………….wie………………..

De jongeman bukte zich naar de uitgemergelde expeditieleider en vroeg:

Den Bosch, welke richting, ben namelijk nogal verdwaald………….?

24 July 2006
By on 12:16
Cool (1)

Voor de zomerzeurders hier dan een fris verhaaltje……………..

De snijdende koude gierde door de pijnlijk witte ijsbrokken terwijl de zeven onderzoekers gebukt tegen de wind in hun gedreven leider volgden. Bij het krieken van de morgen waren de acht vertrokken uit de veilige warme schoot van hun uitvalbasis op de Noordpool. Twee goed belegde boterhammen met gekleurde hagelslag de man en een Breezer Annunas en een bemoedigende peptalk van groepsleider Hemming Knutsfrøkkelsen en ze waren gepakt en gezakt op weg gegaan naar sector R in het onherbergzame poolgebied, die in de volksmond ook bekend stond als de Witte Bermudadriehoek, omdat daar de laatste eeuw niet minder dan zestienhondervijfenveertig onderzoekers spoorloos verdwenen waren. De onderzoekers stonden met elkaar in verbinding middels een ingenieus communicatiesysteem wat bestond uit acht bakelieten telefoons en veertig meter telefoonkabel. Communicatie-expert Tuft Grøndføcker trok zijn dikke handschoenen uit, gespte zijn rugzak met veel moeite los en haalde daar zijn telefoon uit. Op de kiesschijf draaide hij met veel moeite het nummer van Logistiek Medewerker Onkt Bøktørf die op een afstand van nog geen halve meter van hem stond. De ijspegels vormden zich als een razende op het antieke apparaat, waardoor het draaien steeds moeilijker werd. Maar goed dat het nummer van Onkt slechts vier getallen behelsde. Tergend langzaam draaide de schijf na de laatste negen terug naar het nulpunt en ging de telefoon in de rugzak van Onkt over, die met evenzoveel moeite zijn rugzak losgespte en zijn toestel er uit viste. Met bibberende handen van de immense koude nam hij op en sprak het geheime Noorse codewoord Møstvingerkrønmøbelfjordkørsløger, wat in het Nederlands zoveel betekent als Mosterdvingerbestwelmooiemeubelsinhamkwalitatiefbestwelgoedeslager. Tuft brulde zo hard als hij kon om boven de gierende wind uit te komen.

Ben jij dat, Onkt?

Dit nu was een tamelijk overbodige vraag, aangezien Onkt tegenover hem stond met de hoorn tegen zijn bijna bevroren oor naar hem stond te luisteren en het communicatiesysteem niet verder reikte dan de acht onderzoekers en geen van de anderen op dat moment telefonisch in gesprek was.

Wat denk je godverdomme zelf, Tuft?

Tuft en Onkt waren overduidelijk geen vrienden. Beiden hadden zich voor deze expeditie opgegeven wegens de financiële vergoedingen die hen in het verschiet lagen, maar lagen eigenlijk vanaf dag 1 al met elkaar in de clinch. De oorzaak hiervan lag in de wulpse verschijning van ex-Miss Børknøk 1995, de bevallige Yfnøk Geilssøn die met haar 90-160-190 elk mannenhart op hol kon doen slaan, en ook nog behept was met een goed stel hersens, waardoor Hemming Knutsfrøkkelsen haar tot zijn assistente had gebombardeerd. Dit was hem uiteraard niet door iedereen in de groep in dank afgenomen en de algehele indruk was, dat dit louter en alleen aan haar verschijning lag. Verder was de voorbereiding nogal danig verstierd door onenigheid over de mede te nemen proviand. Alhoewel de meerderheid een uitgebalanceerd pakket van water, sappen, groenten, brood en vlees voorstond, had Hemming min of meer in zijn eentje besloten dat het dieet zou bestaan uit Breezers Annunas en boterhammen met gekleurde hagelslag waar de oranje uitgehaald waren. De precieze reden voor dit laatste was de rest van de groep nooit helemaal duidelijk geworden. De gissingen hierover varieerden van “een hekel aan Nederland en Nederlanders” tot “een fobie voor alles wat oranje gekleurd is”.

OK, Onkt, dit is de 5 minuten check. Are you receiving me?

Getergd door zoveel overbodige punctualiteit, overdreven plichtsbesef en de tot op het bot snijdende koude blafte Onkt in zijn hoorn.

Ja ja ja ja, schei nou maar uit met die onzin. We moeten verder!

Vechtend tegen de elementen propten de twee hun respectievelijke telefoons weer terug in hun rugzakken, gespten deze weer om en vervolgden hun pad in het spoor van de overigen, die inmiddels een meter of veertig verderop waren.

(Wordt vervolgd).

21 July 2006
By on 08:51
Overdosis Poll

Ja hoor, maar liefst TWEE (identieke) polls, en volgens mij registreren ze geen van beiden de antwoorden………….. Ach, laat ook maar, heeft ook wel iets………….. Al weet ik nog niet wat……

20 July 2006
By on 12:11
Zomerzotheid

Met koekenpannen kan men geen koeken bakken

Toch dienen zij een doel

Wil men nonchalant grasduinen

Kan dat noch in gras noch duinen

Als men begrijpt wat ik bedoel

Wil het schip hol wezen of is het goed gevuld

Energieke accountants rekenen uit

Criminelen rekenen af met onberekenbaren

Die lang genoeg slap hebben geluld

Door hen te gooien door een ruit

De yoghurt etende yogi weet van wanten

Al kent hij heg noch steg

Al mediterend zweeft hij door het zwerk

En raakt bijna de spanten

Verwonde mus raakt van de leg

Met breipennen kan men niet schrijven

Toch dienen zij een doel

Wil men de liefde bedrijven

Kan dat niet op een bedrijvenpark

Als men begrijpt wat ik bedoel

Paarden roken vlees en burger voor de hammen

Zwetende oesters braden dagenlang

Parels voor de zwijnen en zwijgen stemmen toe

Magere heinen dikke prammen

Plakken achter het Rauhfaserbehang

Supermarkten en botervloten

Trekken tergend traag hun plan

Opvallen door af te vallen

De zon in met uw geschoren kloten

En uw voeten in een natte pan!


By on 12:08
Levenswerk

Trots als een bonoboaap met zeven cockringen stond de hoogbejaarde ex-bouwvakker Knosk Suikerzuur met de rug zo recht mogelijk in zijn volste ornaat waarop zijn stoerste onderscheidingen glommen, te wachten tot de aangeschoten burgemeester van het idyllische Kwuikbleek (Frl.) hem het vergulde speldje op de revers zou prikken. Burgemeester Nuitnekboerenlul stond er echter op, ondanks protesten van zijn persoonlijk adviseur die de bui al zag hangen, eerst een speech af te steken. Met onzekere tred wankelde Neverduis Nuitnekboerenlul richting de microfoon en schopte onderweg ernaar toe een zuigeling die daar zo nodig over de grond moest kruipen met een welgemikte trap linea recta de bietensalade in. Krijsend scheet de peuter van zich af, de met bijzondere zorg samengestelde salade opleukend met dunne groene stront. Hoofdschuddend en mompelend spoedde kantinejuffrouw en parttime puntlasser Bronslul Kwijgbrechterfruik zich naar het gillende blaag en nam het mee naar achteren om het een tijdje in de (au!) bain marie te dompelen, zodat de burgemeester zich in ieder geval verstaanbaar kon maken zonder het geblèr van die koter.

Landgenoten! braakte Neverduis in de microfoon, die heftig rond begon te zingen. Sam en Moos….. begon hij, en nu wist Mif Kwuikerschenkel, de persoonlijk adviseur, dat de boot aan was. Als de burgervader moppen begon te vertellen, was een versnelde evacuatie het enige redmiddel.

Schichtig keek hij om zich heen om zich te oriënteren op de vluchtwegen en begon in koortsachtig tempo plannen te smeden om die zatte kwal zo snel mogelijk uit deze ruimte te krijgen.

Ietwat gegeneerd stond Knosk het tafereel te bekijken en vroeg zich af of het allemaal nog wel goed zou komen. Hij kuchte eens, draaide zo onopvallend mogelijk zijn hoofd richting zijn zeventig centimeter kleinere vrouw, de voormalige prostituee Wonk Suikerzuur-Wekkelgenk, en sliste Wonk, heb je het vlugzout bij je?

Neen, Knosk, maar wel een pneumatische voorhamer!

Snotverdomme! Bitste Knosk, die knarsetandend en zo onopvallend mogelijk een elleboog uitdeelde. Wonk, die dit wel gewend was, wist zich staande te houden en lachte ongestoord haar stralende glimlach.

Sssam en Moossss lopen door de woestijn, oh nee, de Kalverstraat…., lalde Neverduis in de immer rondzingende microfoon, hetgeen de aanwezigen noopte met een van pijn vertrokken gezichten en vingers in hun oren hun gelaat af te wenden. Mif beende nu toch maar even op de straalbezopen burgervader af en gaf hem een welgemikte ram tussen zijn ogen.

Neverduis zakte als een zak binten ineen en Mif nam naadloos het woord over.

Dames en heren aanwezigen, wij zijn hier bijeen om de heer Knosk Suikerzuur te belonen voor zeventig jaren ononderbroken toegewijde dienst en inzet ten bate van het realiseren van het plein vóór het Kwuikbleekse stadhuis, wat na al die jaren eindelijk gereed is gekomen. Toegegeven, het is een lange weg geweest die heeft geleid tot dit stukje vakwerk van drie vierkante meter, maar het is het zonder meer waard geweest! De oude dorpelingen zouden u nog kunnen vertellen hoe Knosk, ik mag Knosk zeggen nietwaar?, als twaalfjarige het boude plan opvatte, in 1936, om de zandvlakte vóór het stadhuis te gaan bestraten. Op zijn zolderkamertje werkte hij dag en nacht om de ruimte optimaal en zo esthetisch mogelijk op te leuken middels op maat gehakte cobblestones in diverse teinten. Toen Knosk na de aanloopperiode feitelijk begon met de aanleg, in 1940, was hij na een goede vier en een half jaar al een flink eind onderweg toen een onverhoeds bombardement van onze Oosterburen het spreekwoordelijke roet in het dito eten gooide en hij weer terug naar de tekentafel kon. Schijnbaar onaangedaan door deze terugslag ontwierp Knosk een zo mogelijk nóg mooier tableau en heeft het tot zijn levenswerk verheven. Geheel zelf met de hand aangelegd van stenen die hij zelf gebakken heeft in een steenfabriek die hij louter voor dit doel heeft gebouwd en zelf ingekleurd middels een tiental verfbaden, waarvoor hij tien plasticon baden van zes kuub elk heeft gebouwd vorderde het kunstwerk langzaam maar zeker. Wind en weder dienende was Knosk elke dag te vinden in zijn bouwput. Ondanks verdere tegenslagen zoals vandalisme, ontploffende riolen, de bloemkoolopstand van 1972, cobblestone-rot, schimmelvorming, schoongrondverklaringen en kabinetscrisissen ging Knosk onverstoord verder en het is met gepaste trots dat wij het tableau nu kunnen onthullen. Ik verzoek U allen dan ook nu met mij naar buiten te treden alwaar wij het kunstwerk van Knosk Suikerzuur aan de wereld kunnen tonen!

En met deze laatste zin maakte de welbespraakte Mif een bombastisch armgebaar, waardoor een brandende kandelaar omdonderde en in het gezicht van Bronslul Kwijgbrechterfruik, die gillend van de pijn de keuken inrende om haar kop onder de koude kraan te houden.

Ach, sloeg Mif kwink, we hadden de koffie toch al op!

Deze grap leverde hem een holle lach op van de verzamelde meute, die hem als makke schapen naar buiten volgde.

Een grote roze doek verhulde Knosk’s levenswerk en de aanwezigen verzamelden zich in een cirkel rond de plek waar hij de laatste zeventig jaar het grootste gedeelte van zijn leven had gespendeerd.

Nou dames en heren, ik zou zeggen, vooruit met de geit!

Met zijn breedste glimlach glimlach pakte Mif de lederen riem die aan één hoek van het roze doek bevestigd was en trok er behendig aan, zodat Knosk’s kunstwerk zichtbaar werd.

Een unisono Oooooooooooooooooo klonk uit de monden van de verbaasde aanwezigen. Een weliswaar uitgebalanceerd edoch ietwat karig geheel van drie cobblestones die op geinige wijze tegen elkaar waren geplaatst stak als een opgewonden stierenlul uit de gladgestreken zandvlakte van drie vierkante meter. Zelfs de welbespraakte Mif wist geen woord meer uit te brengen, zelfs niet uit beleefdheid.

Knosk schraapte zijn keel en hief een betoog aan over het hoe en wat van zijn levenswerk.

Wel, ahum, ik heb gepoogd met deze compositie een uiting te geven aan de drie-eenheid van water, vuur en bitumen, die symboliseren wat………..

Veel verder kwam hij niet, want de meute met hun speciaal voor deze gelegenheid nieuw aangeschafte dure kostuums en jurken begon op hem in te hakken.

Vuile oplichter! Schoft! Klerelijer! Boeh! klonk het uit de buiten zichzelf tredende menigte. Die avond nog stierf Knosk in het Kwuikbleeks Academisch Ziekenhuis een pijnlijke dood.

En zo wordt opnieuw de levensles bewaarheid die blijkbaar altijd opgeld doet: Als je zeventig jaar met een bouwwerk bezig bent, kun je er maar beter voor zorgen dat het ergens op lijkt, anders ben je mooi de gebraden pineut!


By on 07:42
Pollloos

Om maar even in de stijl van het onderstaande verhaal te blijven, krijgt DSA een gigantische DIKKE STAMCEL van het enorme geKUT wat nodig is om aan dit fucking weblog ook maar iets te veranderen en/of toe te voegen. Polletje toevoegen was in de vorige configuratie het spreekwoordelijke fluitje van 0,45 Eurocent, maar is nu een martelgang met allerlei doorverwijzingen, pagina’s die niet reageren en zeshonderd keer de Help-pagina opzoeken. Men wordt namelijk doorverwezen naar het Content Center (is dit een centrum waar men tevreden is?) en om dat te vinden moet je door een jungle van (traag reagerende) links, bladzijden en weet ik veel. Eenmaal daar aangekomen moet men de Inhoud Selektie Wijzigen (que?). De daaropvolgende bladzijde is dus niet te openen, en zo voelt DSA zijn maagsappen alweer in zijn strot en overvalt hem het Marco Vianengevoel. Ik heb er dus eigenlijk he-le-maal geen zin in, in dit gekut. Een nieuwe poll kunt U dus op dit log voorlopig gevoegelijk vergeten (who cares? hoor ik iemand fluisteren…tsja, da’s ook weer zo…….). Zucht zucht zucht zucht. Klerelijers met hun kutzooi. BAH!


By on 06:30

Aangespoord door Sjaan’s stukje over Snol Van Royen is De Steenen Augurk maar weer eens uit zijn atoomkelder gestapt (waar het overigens het hele jaar door een steevaste 43 graden is, dus fuck you, stelletje hijgende en puffende klaagkloten! Het is fucking zomer en dat willen we weten!! BAH!) en presenteert hier vol lof het epistel Een Ranzige Dag In Baarkneuk, waar Snol Van Royen met haar pispoten af dient te blijven. ALS al iemand dit gaat publiceren is het DSA zelf, en niet deze verlepte snol die daar een dito (afgelikte) boterham mee wenst te verdienen. BAH!

EEN RANZIGE DAG IN BAARKNEUK

Ahum….k-kom jij h-hier vaker?

De keiharde beats van technokwartet Master P-Funk And The XTC Wrecking Crew From Urk met hun nieuwste 24” Fuck Da Goddamn House You Fucking Motherfucker Eat My Shit You Bitch knalden met 110 decibels per seconde in het rond in The Motherfucking Powergrunt, de voormalige Disco ’74, gebouwd in 1978, in het pittoreske Baarkneuk, een voorstad van het inmiddels bekende Boerknook (Fr.). De Powergrunt was the place to be in dit anders tamelijk conservatieve gedeelte van het land en trok ieder weekend minimaal duizend jongeren, die onder het genot van Breezers en pillen elkaar betastten en weet ik veel wat. De bepuiste, brildragende nerd sprak, domdomdom, één van de mooiste meisjes van heel Baarkneuk en omstreken aan, terwijl zij omringd was door giechelende vriendinnen en op lust beluste, goed gebouwde knappe jongens die minstens vijf jaar ouder en tien keer gespierder waren. Kauwgom malend keek Els Gruifscheerlijndans de bibberende Koert Plurk aan, die al zijn moed had verzameld en met een kreeftrood hoofd zijn goed ingestudeerde openingszin had geopperd. Ze bekeek hem van top tot teen met de meest hooghartige blik die ze in huis had en grijnsde een gemene grijns. Met haar hand voor haar mond fluisterde ze wat in het oor van Dora Freesbakeliet, en beide meisjes gierden het uit. Met zijn blik op de vloer gericht durfde Koert haar niet aan te kijken en plukte wat aan zijn bruine corduroy jasje met lederen elleboogstukken. Hij zag eruit alsof hij zojuist uit de tijdmachine was gestapt uit de late jaren ’60 van de vorige eeuw. Hij zag er een beetje uit als Q (of Q) van Q en Q, met zijn halflange blonde haar naar één kant gekamd, een enorme bril gemaakt van gewelfd donkerbruin plastic met daarin twee enorme glazen van minimaal min 5 de man. Een vlassig snorretje bedekte amper de enorme jeugdpuisten die gespannen stonden over het gehele gebied onder zijn oogleden. Een tamelijk amateuristisch opgenaaide patch van de Bay City Rollers completeerde het uiterlijk van deze tevens ietwat onwelriekende loser.

Els verlaagde zich zelfs nog om iets terug te zeggen: Nee hoor, ik kom hier nooit, ik zit altijd lekker thuis modelvliegtuigjes in elkaar te zetten! Dit nu was een gemene sneer naar één van Koert’s hobbies. Koert zat namelijk altijd op zijn muffe zolderkamertje, maar hij verveelde zich nooit! Was hij niet met volle overgave bezig met zijn bijbelstudie (hij kende de eerste zes verzen van het oude testament al bijna uit zijn hoofd!), dan maakte hij behendig allerlei poppenkleertjes voor de figuurtjes in zijn enorme maquette van het oude Schiphol, geheel op schaal gemaakt met nauwkeurig nagemaakte Fokker Friendships en DC-9s, stewards en stewardessen en zelfs publiek wat op de balustrade toekeek naar de vertrekkende en arriverende vliegtuigen, toen dit nog mogelijk was. Koert was ook een fervent liefhebber van goede muziek en had een uitgebreide en fijnzinnige discotheek met grammofoonplaten van o.a. James Last, de Mastreechter Staar, de Heidezangers en Mieke Telkamp. Hij draaide deze muziek regelmatig op gedempt niveau, om niemand tot last te zijn en was dan altijd gezellig bezig met het één of het ander. Modelvliegtuigen bouwde hij, hij maakte aquarellen van landschappen, spaarde postzegels (met name de overzeese gebiedsdelen hadden zijn speciale interesse, alhoewel Mali ook compleet dreigde te raken), schreef gedichten en pende ook wel eens zijn gedachten over het gebeuren in de wereld om hem heen in een dagboek. Dus om te zeggen dat Koert zich verveelde, neen, beslist niet. Vrienden had hij niet, want, laten we eerlijk wezen, hij was natuurlijk wél een enorme saaie lul en een nerd van het zuiverste water. Pa en Ma Plurk waren zeer tevreden met hun spruit en hadden weinig tot geen kopzorgen over hun 16-jarige zoon. Het enige waar met name moeder Plurk zich nog wel eens zorgen maakte, was het feit dat Koert niets met meisjes op leek te hebben. Niet dat hij homo was of zo, daar hadden pa en ma zich wel van vergewist door, als Koert naar school was, zijn kasten door te ploegen op vieze boekjes en rook ma Plurk altijd aan zijn lakens of er geen anijslucht in te vinden was, of hard geworden stukjes. Pa maakte zich daar helemaal geen zorgen over, maar ma vond het toch maar eens hoog tijd dat Koert op zoek ging naar een goed gereformeerd, net meisje, waarmee Koert een fijn gezellig gezinnetje kon stichten. Ze kon zich nu al verheugen op de immense kinderschaar die Koert ongetwijfeld zou voortbrengen, zodat ze elke zondag al haar kleinkinderen op bezoek zou krijgen. Wat een feest!

Koert, je vader en ik hebben een kaartje voor je gekocht voor een avondje dansen en muziek luisteren in de Motherfucking Powergrunt. Kun je er eens lekker uit, en misschien tref je er wel een leuk meisje of zo, of kun je nieuwe vriendschappen opdoen. Gezellig!. Natuurlijk had Koert hier helemaal geen zin in, maar zijn ouders tegenspreken was natuurlijk nicht im Frage. De dagen voordat de zaterdag aanbrak dat hij uit zou gaan, sliep hij slecht en werd hij steeds zenuwachtiger. Hij had moeite zich te concentreren op zijn modelbouw en knoeide zelfs lijm op zijn maquette, iets wat hem tevoren nog nooit was overkomen. In zijn avondgebed prevelde hij zelfs tot god, of hij er niet voor kon zorgen dat de Motherfucking Powergrunt af zou branden, maar die lulhannes had zijn gebeden, zoals gewoonlijk, weer eens niet verhoord en het gebouw stond nog steeds tamelijk stevig op zijn grondvesten en was helaas in onberispelijke staat toen hij die zaterdagavond door zijn ouders in de vaalrode Trabant werd gebracht. We komen je om een uur of tien halen, dus zorg dan dat je buiten staat op deze plek, OK? Hier heb je vijf euro, niet allemaal in één keer opmaken, en goed je handen wassen als je van het toilet komt, ja? En zo werden hem nog een stuk of honderd goed bedoelde adviezen in de maag gesplitst, terwijl een groepje weedrokende jongeren van een afstandje stond te schateren van het lachen.

Eén van de gespierde vrienden van Els Gruifscheerlijndans stapte naar voren, armen over elkaar en ging pontificaal vóór de bibberende Koert staan. Hij was twee koppen groter dan Koert en zijn gebronsde lichaam, behangen met tatoeages was gehuld in een mouwloos hemd, zodat je op zijn enorme biceps een ingekleurde naakte dame kon zien liggen met daaronder allerlei termen gekrast, met woorden als fuck en bitch, die Koert, goed in Engels als hij was, nog nooit tijdens de les had gehoord. Heee, Koert, jij hier?, smaalde hij. Hij bulderde van het lachen alsof hij zojuist een enorm goede grap had gemaakt, en uiteraard lachte de hele groep mee. Hij legde zijn arm op de frêle schouder van Koert en boog zich voorover. Hij gaf hem een enorme zuigzoen op zijn voorhoofd, wat een enorme hilariteit veroorzaakte. De enorme zoenlippen stonden wel goed bij de konen van Koert, die steeds roder leken te worden. Els lachte om het hardst en haar vriendinnen schreeuwden het uit van pret. Eén van de andere spierbundels liep op Koert af, ging achter hem staan en begon wilde neukbewegingen te maken. De groep hád het werkelijk niet meer en hun gebulder overstemde haast de muziek. Haast, want de vette beats van de Damascus Five Featuring Disciple-D galden zó hard door de keet dat de konussen bijna uit hun kastjes scheurden. Veruit de meeste aanwezigen stonden mindless hun hoofden op de maat van de “muziek” te schudden, aangespoord door geinige tabletjes, terwijl hier en daar vrijende stelletjes werden ondergekotst door puistenkoppen met een Breezertje teveel in hun mik. Ah, daar kwam Huik Gabberzwans met de drankjes! Zo, Koertje, voor jou heb ik ook wat meegenomen! hing hij de gebraden haan uit, terwijl hij tergend langzaam, zodat iedereen het goed kon zien, een glaasje Fristi tevoorschijn toverde, waar dubieuze schuimvlekjes in dreven. Koert, naïef als hij was, strekte zijn hand uit om het glas aan te pakken, maar Huik draaide het glas om boven zijn hoofd en gooide de hele inhoud over hem heen. Ze bepisten zichzelf bijna, die vriendenkring. Dat was lachen! Koert deed zijn bril af om hem op te poetsen, want hij zag helemaal niks meer. De roze kwak drupte langzaam langs zijn Q en Q-kapsel naar beneden, over zijn jasje. Oooooh, Koertje, je mag hier niet knoeien, hoor!! Zelf opruimen!! gilde Berst Knukkel, terwijl hij met een behendige beweging de corduroy jas van Koert’s schouders trok en deze op de grond smeet, waar de Fristivlek uitdijde.

Denk je dat we hem iets hadden moeten vertellen?. Huh?. Vader Plurk keek vanachter de Baarkneukse Koerier naar zijn vrouw, die breiend af en toe een blik wierp op de zwart-wit TV waarop een buitengewoon interessante aflevering van Kerkenpad bezig was. Nou ja, je weet wel, van de bloemetjes en….

Ach schei toch uit! blafte Pikko Plurk boos en verontwaardigd.

De jongen is pas zestien, in vredesnaam!!

Jawel, maar je hoort zoveel dingen, tegenwoordig….

Ach hou op! Hij weet heus wel dat de heere over hem waakt en hem beziet in al zijn wijsheid. Hij zou het echt niet in zijn hoofd halen, als je dat soms denkt!

Rexia Plurk-Fluimgraadsmeting tikte vrolijk met haar breipennen, maar achter de façade van de onbezorgde huismoeder ging een twijfelende en zich zorgenmakende zenuwpees schuil.

Kijk nou maar eens naar die van de Druigvuigen, die oudste dochter…

Die oudste dochter is een hoer! En nou wil ik er niks meer over horen! Onze jongen doet dat niet!

Van nijd beet hij bijna het mondstuk van zijn pijp doormidden. Rexia deed het zwijgen er maar toe om de lieve vrede, maar wist donders goed hoe vleselijk de verleidingen konden zijn, die immer op de loer lagen, zeker bij puberende jonge mensen. Pastoor Kwalbraak had er enkele weken geleden nog op gehamerd tijdens zijn preek en het voorbeeld van Mastra Druigvuig er bij gehaald. De wulpse Mastra was verketterd in heel Baarkneuk, aangezien zij reeds op 22-jarige leeftijd bevrucht was geworden door een onbekende man en het leven had geschonken aan een drieling, terwijl zij ongehuwd was! De uiterst gereformeerde dorpsvaders hadden aanvankelijk nog beweerd dat het hier een onbevlekte ontvangenis betrof, maar daar stonk het moderne gedeelte van het dorp niet meer in. Mastra woonde alleen met haar drie koters (die zij gekscherend Kwik, Kwek en Bodemprocedure had genoemd) in een doorzonwoning in de Hamer Van Schaafkaasstraat, waar vader Pikko Plurk haar vorig jaar nog had geholpen met verhuizen en de inrichting, tot laat in de avond nog.

Hmmmm…. dacht moeder Plurk, als Pikko daar avond aan avond hielp met inrichten, dan was de kans vrij groot dat hij de onbekende vader was tegengekomen!

Maar ze durfde dit onderwerp niet meer aan te snijden, aangezien Pikko in een slechte bui was geraakt, en dan wilde hij nog wel eens rare dingen doen. Zij wist bijvoorbeeld nog goed, toen zij het waagde om hem tegen te spreken inzake het gevalletje Korea (Pikko wist tijdens een nonchalant gesprek over politiek 100% zeker dat Mugabe de koningin was van Korea, maar Rexia had dat in gezinsverband durven te betwijfelen) hij kwaad naar boven was gebeend en een pas geverfd model van het slagschip de Graf Spee van hun zoon mee naar beneden had genomen en ongenadig in het achterwerk van Bello de dwergpoedel had geramd. Dit had tot noodlottig gevolg gehad, dat Bello deze ongewenste en tamelijk onverwachte penetratie niet overleefd had wegens een zeldzaam geval van dodelijke anusvergiftiging, en dat Koert huilend de onderdelen van zijn Graf Spee uit het darmkanaal van de dode poedel had moeten wroeten. Het model was nooit meer helemaal de oude geworden, ondanks verwoede restauratiepogingen, aangezien de maag- en lijksappen het plastic hadden aangetast en het een kek sinaasappelhuidje had gegeven, wat bij de echte Graf Spee natuurlijk niet het geval was geweest. Die was zo glad geweest als een babybips. Tenminste, het schaalmodel dan.

Aangespoord door de geinige tabletjes en de diverse Breezertjes waren Els Gruifscheerlijndans en haar vrienden en vriendinnen wild seksueel aan het dansen en een beetje aan het knuffelen geslagen, terwijl Koert in zijn eentje in de hoek van The Motherfucking Powergrunt zijn best deed met zijn bevlekte zakdoek de klodders Fristi van zijn kleren te vegen. Hij keek op zijn Teletubbies-horloge (ietwat kinderlijk wellicht, maar het ding deed het nog prima, tot vijftig meter onder water zelfs!) en zag dat het pas kwart voor negen was. Hij moest dus nog tegen zijn zin in vijf kwartier in deze baaierd van lawaai blijven, want dan kwamen zijn ouders pas om hem op te halen. Af en toe sprong een wilde kale gabber schuimend uit zijn mondhoeken voor hem en keek met tollende, opengesperde ogen naar dit hoopje niets en stuiterde schaterlachend op de maat weer verder. Andere spelletjes van de meute waren het uitdrukken van peuken op zijn corduroy jasje, het plakken van stukjes kauwgom in zijn haar en in enkele gevallen zelfs het tegen hem aan pissen. Je kunt zeggen wat je wilt, maar Koert stond in deze hoedanigheid toch garant voor een hoop plezier.

Ahum…..zeg, Rexia…. kuchte Pikko vanachter zijn krant. Rexia schrok op uit haar gedachten en liet van schrik een steek van haar breiwerk vallen. O, als ‘ie nou maar niet kwaad werd, dacht Rexia en voelde een opvlieger aankomen.

Ja, Pikko?

Ahum, Rexia, ik had zo gedacht, ahum, het is nu kwart voor negen. We hoeven Koert pas om tien uur op te halen, dus we hebben, ahum, laten we zeggen ruim een uur om, euh, laten we zeggen, iets ontspannends te doen….

Rexia kleurde tomatenrood en begon spontaan te zweten. Hij bedoelde toch niet….?

Euh, wat bedoel je precies, Pikko?

Pikko ritselde met zijn krant en trok nog eens flink aan zijn pijp.

Wel, ahum, ik had zo gedacht, wellicht bestaat de mogelijkheid om nog eens, net zo als vroeger, laten we zeggen, bepaalde vleselijke genoegens te botvieren op elkaar. Ahum.

Rexia viel van flauwte zowat van haar stoel en verprutste nu de gehele laatste slag van haar breiwerk.

Je bedoelt, net zoals vroeger, Pikko?

Pikko vouwde krachtig en vastberaden de krant op, legde deze naast zich op de grond en blies een ferme wolk tabaksrook de schemerlamp in.

Inderdaad, vrouw. De geslachtsdaad!

Rexia’s hart begon over te slaan en ze zag de spanning die in Pikko’s Terlenkabroek zichtbaar werd. Ze bloosde als een keukenjuffer tot achter haar sleutelbeen en giechelde oncontroleerbaar.

Oh, Pikko, mallerd! Oh, Pikko!

Pikko stond op uit de stoel, paal ferm in de broek en liep met forse tred op Rexia af.

O god! schrok Rexia, de gordijnen zijn nog geopend! En ik moet eigenlijk eerst nog de was afhalen, en de boontjes voor morgen moeten nog gedopt, en ik zou vanavond de trap in de was zetten, en………

Ze deed er het zwijgen toe, toen ze Pikko’s ietwat onaangenaam meurende, gezwollen rumboonvormige aanhangsel tegen haar wang ontwaarde.

Zuigen, bitch!

Rexia gilde en sloeg haar handen in haar gezicht.

Pikko, wa-wat maak je me nou? Wat doe je, ben je soms helemaal gek geworden?

Pikko frommelde haastig zijn erectie terug achter de gulp en ging geschrokken weer zitten, uiteraard ietwat ongemakkelijk, en verborg zijn lijkwitte gezicht weer achter de Baarkneukse Koerier. Rexia wist niet meer hoe ze het had. In al de achtentwintig jaar huwelijk had hij nog nooit zoiets oneerbaars en ronduit ranzigs gedaan. Altijd was hij de vrome en zedelijke man gebleven die zij op zomerkamp in Rucphen had leren kennen. Sterker nog, nog nimmer had zij zijn geslacht gezien (of geroken), dat was gode zij dank altijd in het duister gebleven in al de vijftien keren dat zij geslachtsgemeenschap hadden gehad op de juiste manier, zoals god voorgeschreven had. Uitsluitend gericht op de voortplanting en zonder heidense bijbedoelingen, zoals persoonlijk genot. Bah! Was dit haar eigen Pikko? Neen, er was iets duivels in hem gevaren….

Nakkoko Ruigschaapnootmieskaat, een oer- maar dan ook godsonmogelijk oerlelijk wezen met twee loensogen waar de pus in straaltjes uitstulpte en een lucht uit haar muil waar je een gemiddeld eskadron plat mee kon krijgen stond aan de andere kant van de dansvloer in de The Motherfucking Powergrunt een beetje nerveus aan haar wollen vest te plukken. Ze leunde tegen de muur, aangezien ongesteund staan met haar postuur (kippenborstje, kont als een zeetanker, enorme O-benen) een enorme uitputtingsslag zou betekenen. Ze had aan de overzijde de schuchtere Koert al zien staan. Ze kende hem nog van kleuterschool De Onbevlekte Gereformeerde Kleuterschool Laat De Kinderen Tot Mij Komen En Snel Een Beetje Want Ik Heb Nog Wel Meer Te Doen, Godverdegodverdomme in de Schulpknaafstraat en beschouwde hem als een gelijkgestemde. Ook Nakkoko (dochter van een Baarkneukse prostituee en vijf Angolese zeelieden) was al rap uitgestoten door de hechte gereformeerde kliek. Ook zij had geen vriendjes of vriendinnetjes en ook zij spendeerde het grootste gedeelte van haar leven op haar zolderkamertje met haar diverse hobbies en bezigheden. Nakkoko’s grootste hobby was het doormidden zagen van enorme rotsblokken, wat uiteraard de nodige logistieke problemen met zich meebracht. De blokken werden door oom Humbuck Fintelschweberschwanz uit Noord-Frankrijk meegenomen. Oom Humbuck was op het gezicht een aardige suikeroom, maar in het geniep een massamoordende pedofiele oplichter, die voor louter eigengewin de rotsblokken wekelijks op een dieplader meenam voor Nakkoko. Oom had namelijk met een Franse projectontwikkelaar een deal gesloten waarbij een aantal hectaren rotsgebied vlak gemaakt moest worden en het puin tegen een zeer hoge vergoeding afgevoerd. Oom Humbuck incasseerde dus met elke vracht een behoorlijke somma gelds, de gereformeerde hufter! De rotsblokken werden middels een enorme hijskraan van de firma Zuigzwakpolkramp tegen een uurtarief van driehonderd Euro in het zolderkamertje van Nakkoko gehesen en na bewerking ook weer naar beneden gehesen en opgestapeld in de tuin van haar alleenstaande moeder Mig Ruigschaapnootmieskaat die als wederdienst Oom Humbuck ook nog eens oraal moest bevredigen en zich steeds meer ergerde aan de almaar uitdijende stenen muur in haar bloementuintje. Maar ja, ze gunde haar dochter haar hobby en was niet te beroerd daar enkele offers voor te brengen. Een andere hobby van de stille, teruggetrokken Nakkoko was het roosteren van levende hamsters en de verbrande restanten vermengd met verse gier uitsmeren over immense canvassen van drie meter zeventig bij twee meter vijfenzestig, die door Oom Humbuck uit voorraad werden geleverd tegen het lieve sommetje van driehonderd Euro de strekkende meter en twee orale genoegdoeningen. Met één canvas was ze zo een half jaartje onder de pannen en dan kon de creatieve uitspatting als gereed worden beschouwd. Ook dan werden de Zuigzwakpolkrampjes met het enorme gevaarte wederom opgetrommeld en werd het kunstwerk uit het zolderkamertje getakeld en aan de voorgevel van het huis bevestigd. Reeds drie van dergelijke kunstwerken hingen inmiddels ten toon, hetgeen een enorme meur, legioenen maden en massa’s onbestemd vliegend gespuis met zich meebracht.

Nakkoko had voor het eerst in haar korte leventje een Breezer gedronken en de effecten waren niet te onderschatten. Ze had het gevoel te hallucineren en voelde een onbestemd warm gevoel in haar opborrelen. Dit had waarschijnlijk ook te maken met het feit dat ze haar winteronderbroek aan het onderpissen was, want ook al haar sluitspieren hadden de moed opgegeven en uit al haar lichaamsopeningen stroomden dito sappen. Kwijlend en lachend strompelde ze naar de overkant van de dansvloer, opbotsend tegen de wild dansende meute, een groen/geel spoor achterlatend waar pus, slijm, kwijl, oorsmeer en pis en diverse andere vloeibaarheden zich vermengd hadden. Hijgend van de inspanning en onbestemde kriebels in de onderbuik ging ze naast Koert staan en lachte hem toe. Nu moet hierbij even aangetekend worden dat dit voor de ontvangende partij niet echt een pretje moet zijn, aangezien het gebit van Nakkoko meer weg had van een open riool in Afghanistan dan een rij vers gepoetste tanden. Een enorme groene walm van meur en strontvliegen dreven in de richting van Koert toen zij hem aansprak.

Hai, Koert. Ken je me nog?

Koert stond daar met opgedroogde, plakkerige Fristi in zijn Q en Q-haar en over zijn corduroy jasje en lachte verlegen terug. Hij zei niets, aangezien hij geen flauw idee had wie dit nu eigenlijk was. Hij vond het allang best, dat er iemand in de The Motherfucking Powergrunt geen peuk op hem uitdrukte of een leeg bierglas in zijn jaszak stak. Ongevraagd sloeg Nakkoko een arm om Koert’s schouders en maakte rare gromgeluiden. Het leek of uit Koert’s gezicht elk moment lava kon gaan stromen, of hij in brand stond. Hij zei nog steeds niets en bleef maar grinniken. Nerveus keek hij stiekem op zijn horloge en inwendig begon hij een gebed, maar kon de woorden niet vinden. Tien voor tien was het, potverdrie, hij moest toch onderhand aanstalten maken om naar buiten te gaan, want Pa en Ma zouden hem elk moment kunnen komen halen. En wie was deze dronken, losbandige dame die hem onzedelijk betastte? Hij moest er niets van hebben, maar tegelijkertijd voelde hij een vreemd iets in zijn onderbuik. Een raar soort tinteling, niet onprettig, maar hij had een donkerbruin vermoeden dat god dit niet zou goedkeuren.

Ik ben het, Koert, Nakkoko Ruigschaapnootmieskaat!

Oh! Nu drong het tot hem door, Nakkoko!Ja, die kon hij zich nog wel herinneren. Dat lelijke meisje uit de kleuterschool…. Nou, die was inmiddels behoorlijk uit de kluiten gewassen, zogezegd. Koert deed verwoede pogingen om de vreemde gevoelens die hem overmeesterden te weerstaan door in zijn hoofd bijbelteksten te citeren, maar om één of andere reden lukte dat voor geen meter, niet in het minst doordat Nakkoko nu haar linkerhand tegen zijn gulp aan had gedrukt en roterende bewegingen begon te maken.

Ooooh god ontferm u over mij, dacht Koert, die nu behoorlijk in paniek begon te raken. Wat zou god hiervan denken, wat zouden zijn ouders wel denken? Hij probeerde Nakkoko’s arm van zich af te duwen maar zij was met haar tachtig kilo toch een maatje te groot voor zijn frêle lichaam. Tot overmaat van ramp voelde hij ineens dat het ding waarmee hij plaste begon te groeien…. Was hij gestoken door een insect, wat gebeurde er? Hij probeerde nu met al zijn kracht te ontsnappen aan Nakkoko, die hem ferm in haar grip had en het knoopje van zijn broek op behendige wijze had losgeknoopt. Langzaam stroopte zijn broek langs zijn benen naar beneden, en daar stond hij dan, met een voor zijn doen behoorlijke erectie in zijn ietwat vale Winx Club onderbroek. Hij begon te huilen van ellende, waardoor zijn brillenglazen besloegen en hij niet veel anders meer kon ontwaren dan een enorme vage roze massa vóór hem, die enorm uit haar muil stonk en hem in een ijzeren greep had, waaruit ontsnappen onmogelijk was. De dansende meute was inmiddels gestopt met bewegen en stond hem met opengesperde monden aan te staren. Zelfs de disc jockey had uit respect de muziek uitgezet. Koert wist dat hij in de hel beland was en een soort lethargie nam bezit van hem. Als god dit wilde, dan was dit zijn lot. Sterven in de Motherfucking Powergrunt op zestienjarige leeftijd, wat een manier om aan je einde te komen. Hij hoorde de stem van Huik Gabberzwans, die duidelijk een andere toon tegen hem aansloeg dan eerder op de avond.

Way to go, Koert. Hier, een Breezer!

Koert was nu alle macht over zijn lichaam kwijt en verzette zich nergens meer tegen. Hij voelde hoe iemand hem een flesje aan de mond zette, en gewillig dronk hij het goedje op. Nu voelde hij allerlei vreemde sensaties in één keer….. hij voelde hoe het logge lichaam van Nakkoko langzaam naar beneden schurkte en hoe haar varkenshandjes zijn onderbroek tergend langzaam uittrok, terwijl het tintelende drankje als een komeet in zijn hersenpan schoot en daar allerlei vreemde dingen begon uit te halen. Hij voelde een beetje hetzelfde als wanneer hij droomde. Alhoewel zijn dromen normaliter gingen over Golgotha, Betlehem en Damascus en allerlei gristelijke beeltenissen bevatten, was dit iets totaal anders, maar hij had wel een vergelijkbaar gelukzalig gevoel erbij. Hij wist het niet zeker, maar het leek wel of de volle lippen van Nakkoko nu zijn plasding aanraakten, nee sterker nog, het was alsof zij zijn piemelmuis in haar mond nam!! Hij hoorde het ritmisch handgeklap van de toeschouwers op de dansvloer dat gelijke tred hield met het tempo wat Nakkoko er op nahield en liet het allemaal begaan. Dan maar de gladiolen, of zoiets!

Pikko Plurk keek getergd op zijn horloge en gromde naar Rexia: Potverdikke, het is al tien over tien. We hebben hem nog zo gezegd op tijd buiten te staan! Nu ben ik het zat, ik ga hem halen!!. Rexia, nog aangeslagen door hetgeen eerder die avond voorgevallen was, deed er het zwijgen toe en keek door de beregende voorruit van de Trabant, die pal voor de The Motherfucking Powergrunt geparkeerd stond. Woedend sloeg Pikko het portier dicht en beende richting ingang. Door de klap van de deur schrok Rexia uit haar dagdromen en zag hoe Pikko stond te bakkeleien met de portier. Ze stapte zo snel als zij kon uit de auto en suste de aankomende ruzie.

Kalm maar Pikko. Meneer, we willen graag onze zoon ophalen en mee naar huis nemen….

Aangenaam getroffen door de dito zalvende stem van Rexia smolt de geharde portier als jam voor een stoomwals en opende de deur. Pikko en Rexia stapten onwennig het duistere hol binnen en hoorden in de verte een ritmisch geklap.

Hm, klinkt een beetje als een gospel… mompelde Pikko, die bijna ietwat milder gestemd leek en aangenaam getroffen was door het feit dat hij niet met kei- en keiharde beatmuziek om de oren werd geslagen. Rexia liep volgzaam achter haar man aan. Het was nog maar vijf meter naar de ingang van de dancing. Het ritmisch geklap van achter de deur nam in snelheid en intensiteit toe. Pikko pakte de deurkruk en gooide de deur wijd open.

19 July 2006
By on 17:17